Het ABC van de isolatie

Wanneer men gaat isoleren is het belangrijk om de juiste keuze te maken in isolatiemateriaal voor de juiste toepassing. Wanneer je jezelf erin verdiept, lees je wel eens over verschillende waarden en andere moeilijke termen. Hieronder vind je een aantal veel gebruikte termen.

Nog niet helemaal duidelijk? Contacteer ons!

- B -

 

BEN-WONING

Bouwen volgens het BEN-principe (Bijna Energie Neutraal) is sedert 2021 de standaard. Dit type gebouw gebruikt maar weinig energie voor verwarming, ventilatie, koeling en warm water. De energie die toch nog nodig is wordt uit groene energiebronnen gehaald. Van zodra het E-peil onder de 30 zakt spreekt met van een BEN-woning. Kies je voor een BEN-woning dan kiest je voor een luchtdichte, compacte woning met een goed geïsoleerde schil, waarbij het risico voor oververhitting in de zomer zo laag mogelijk wordt gehouden.
 

BLOWERDOORTEST

Bij luchtdicht bouwen streeft men ernaar om de hoeveelheid lucht die weglekt zo gering mogelijk te houden. In de EPB regelgeving zijn hieromtrent streefwaardes opgesteld, de zogenaamde n50-waarde.
Een blowerdoortest meet de luchtdichtheid van een gebouw en is dus de ideale manier om die n-50 waarde na te gaan. Een gunstig resultaat van een dergelijke meting kan een positieve invloed hebben op de EPB-berekening en je uiteindelijke E-peil. 

Bij een luchtdichtheidstest wordt een grote ventilator geplaatst ter hoogte van een deuropening. Deze ventilator creëert een over- of onderdruk van 50 Pa. Het volume lucht dat hierbij aan het gebouw ontsnapt is een maat voor de luchtdichtheid.

Door het uitvoeren van een blowerdoortest kan je makkelijk tot 5 à 10 E-peilpunten winnen. Standaard (bij niet-meting) gaat de EPB software er immers van uit dat het gebouw bij 50 Pa drukverschil een volume lucht van 12 m³ per m² en per uur doorlaat. De extra kost om een goede luchtdichtheid te bekomen is zeer beperkt. Een goede luchtdichtheid nastreven is economisch gezien dan ook een verstandige keuze.

Bij een passiefhuis is de maixmale n50-waarde 0.6, dit wil zeggen dat er per uur maximaal 0.6 keer het volume van de binnenruimte door de buitenschil mag stromen.

BOUWKNOOP

Een bouwknoop, ook wel gekend als koudebrug, is een knoop in de bouwschil waar warmteverlies optreedt en waar condensatie- en schimmelproblemen kunnen voorkomen. Hier komen 2 scheidingsconstructies samen en wordt de isolatielaag onderbroken.

- E -

E-PEIL

Het E-peil geeft de hoeveelheid energie weer die een gebouw nodig heeft om de gemiddelde temperatuur op 18 °C te houden. Het E-peil is afhankelijk van  verschillende factoren zoals thermische isolatie, luchtdichtheid, compactheid, oriëntatie en bezonning van het pand. Maar ook de vaste installaties zoals verwarming, ventilatie koeling en verlichting beïnvloeden het E-peil. Hoe lager het E-peil, hoe energiezuiniger het gebouw.

- K -

K-PEIL

Ook het K-peil is een gebouweigenschap. Het K-peil zegt hoeveel warmte het gebouw verliest via de bouwschil en houdt dus rekening met warmteverliezen door muren, daken, vloeren, ramen en bouwknopen. Hoe lager het K-peil, hoe beter.

- L -

LAGE ENERGIE WONING

Een lage energie woning heeft een E-peil lager dan 40 en een K-peil van maximaal 25. Volgens de Belgische wetgeving spreken we van een lage energie woning wanneer de jaarlijkse energievraag voor verwarming en koeling beperkt blijft tot 30 kWh/m² geklimatiseerde oppervlakte.

Lambda

LAMBDA-WAARDE

De lambda-waarde is een materiaaleigenschap. De warmtegeleidingscoëfficiënt definieert de hoeveelheid warmte die een materiaal doorlaat. Ze wordt uitgedrukt in W/m.K. Hoe lager deze waarde, hoe minder het materiaal de warmte of koude geleidt en hoe beter het dus isoleert. Materialen met een hogere lambda-waarde kan je compenseren met een grotere dikte.

- P -

passieve woning isoleren

PASSIEVE WONING

Bij een passief gebouw gaat men nog een stapje verder dan bij een BEN-gebouw. Het grote verschil tussen beiden is het niveau van het E-peil. Bij een BEN-woning is het E-peil lager dan 30, bij een passief huis is die waarde meestal zelfs negatief! Dit betekent dat zo’n gebouw meer energie opwekt dan het verbruikt. Bij een passief huis wordt er vooral nog méér aandacht besteed aan het super isoleren van de gebouwschil en het behalen van een extreme luchtdichtheid. Dit maakt een passief gebouw doorgaans een flink stuk duurder dan een BEN-gebouw.

- R -

R-WAARDE

De R-waarde is een materiaaleigenschap en is afhankelijk van de dikte van het materiaal en zijn lambda-waarde. Per definitie is de R-waarde de dikte (in meter uitgedrukt)/lambdawaarde. Hoe hoger de warmteweerstand, hoe minder wamte het product doorlaat en hoe beter het dus isoleert.

- S -

S-PEIL

Een S-peil drukt de energiewaarde van de gebouwschil uit. Het zegt hoe goed de schil bestand is tegen barre winterdagen maar evenzeer of er voldoende zonnewering voorzien is voor hete zomerdagen. Het S-peil geldt per wooneenheid en hangt af van de isolatiewaarde van de schilddelen, de luchtdichtheid, de invloed van bouwknopen en de impact van zonnewarmte. Hoe lager het S-peil hoe beter de energetische waarde van de gebouwschil.

- U -

U-WAARDE

De U-waarde (ook wel warmtedoorgangscoëfficiënt genoemd) is een eigenschap van een constructieonderdeel. Het geeft de hoeveelheid warmte weer die per tijdseenheid, per °C temperatuurverschil en per m² verloren gaat tussen de ene en de andere zijde van de constructie. Hoe lager de U-waarde, hoe minder warmteverlies en hoe beter de isolatie. De U-waarde wordt uitgedrukt in W/m²K.

Contacteer ons

Duid aan wat van toepassing is

 


* verplicht in te vullen veld